De begeleiding zet zichzelf op de kaart: het begeleidingsplan 2018-2021

03 juli 2019

Binnen de interne werking van de pedagogische begeleiding staan we nu stil bij deontologie.

Vorige week hadden we het in een eerste luik over loyauteit en discretieplicht, nu over

OBJECTIVITEIT

Belangenvermenging

Vanuit het vertrouwen in zijn medewerkers, gaat Katholiek Onderwijs Vlaanderen er van uit dat iedere medewerker steeds de belangen van de netwerkorganisatie naar best vermogen behartigt en elke mogelijke (perceptie van) belangenvermenging vermijdt. Elke medewerker bespreekt met zijn leidinggevende of mogelijke engagementen in andere onderwijs gerelateerde organisaties vanuit deontologisch oogpunt kunnen opgenomen of gecontinueerd worden. Katholiek Onderwijs Vlaanderen erkent hierbij ook dat het opnemen van dergelijke engagementen kan bijdragen tot de zelfontplooiing van de medewerker en een meerwaarde kunnen hebben voor zijn functioneren in Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Vanuit de loyauteit jegens Katholiek Onderwijs Vlaanderen signaleert iedere medewerker spontaan aan zijn leidinggevende elke situatie die een belangenconflict zou kunnen veroorzaken. In die situaties – die zowel structureel als ‘ad hoc’ van aard kunnen zijn - neemt de medewerker dan geen deel aan acties/besprekingen in kwestie.       

Een belangenconflict kan bijvoorbeeld ontstaan als een medewerker van Katholiek Onderwijs Vlaanderen:

•  een beslissing moet nemen in een dossier van een vzw waarvan hij lid is van de raad van bestuur;

•  een afweging moet maken tussen dossiers waarvan één van de dossiers afkomstig is van een vzw waar de medewerker bij betrokken is;

•  als pedagogisch begeleider de school moet begeleiden waarvan hij lid is van het schoolbestuur;

•  advies moet geven in een tucht- of evaluatiedossier met betrekking tot een personeelslid van een schoolbestuur waarvan hij lid is.

Externe engagementen en opdrachten

Medewerkers van Katholiek Onderwijs Vlaanderen worden door externe organisaties (niet-leden) gevraagd om hun expertise te delen door lezingen te geven, workshops in te richten, artikels schrijven … Net zoals bij het opnemen van engagementen in andere onderwijsgerelateerde organisaties erkent Katholiek Onderwijs Vlaanderen ook hier dat externe opdrachten en engagementen kunnen bijdragen tot de zelfontplooiing van de medewerker en een meerwaarde kunnen hebben voor zijn functioneren in Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Indien het gaat over opdrachten en engagementen vanuit een functie die de medewerker bekleedt binnen Katholiek Onderwijs Vlaanderen, wegen medewerker en leidinggevende samen het belang van de opdracht af en bekijken ze samen de haalbaarheid van de vraag. Indien er op de vraag wordt ingegaan wordt de werktijd voor deze opdracht als arbeidstijd beschouwd. De flexibiliteit die de medewerker aan de dag legt om de opdracht uit te voeren, vraagt ook flexibiliteit van de leidinggevende.  De vergoeding voor de opdracht komt toe aan Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Indien het niet gaat over opdrachten en engagementen vanuit de functie die de medewerker bekleedt binnen Katholiek Onderwijs Vlaanderen, zorgt de medewerker ervoor dat het uitvoeren van de opdracht of het opnemen van het engagement op geen enkele manier een schijn van belangenvermenging kan opwekken of de werking van Katholiek Onderwijs Vlaanderen kan schaden. De medewerker voert de opdracht niet uit tijdens de arbeidstijd.

Auteurschap handboeken en software in eigen beheer of in opdracht van externe organisaties

Een medewerker brengt de objectiviteit in het gedrang als hij als auteur werkzaam is bij een uitgeverij en ten aanzien van scholen optreedt als adviseur van een uitgeverij. Medewerkers die vóór hun indiensttreding bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen hebben meegewerkt aan de ontwikkeling van (hand)boeken, leermiddelen of software, stellen nooit de eigen gemaakte (hand)boeken, leermiddelen of de ontwikkelde software voor en dringen deze nooit op maar zijn integendeel erg terughoudend ten aanzien van de eigen gemaakte (hand)boeken, leermiddelen of software.

Rol in doorlichting van scholen

Medewerkers die vanuit hun verantwoordelijkheid bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen een rol spelen in de doorlichting van scholen houden zich aan deze afspraken:

•  Voor de doorlichting contacteert de medewerker (in deze de pedagogische begeleiding) de school, het centrum, het internaat of de instelling die een doorlichting krijgt. De contactname kan resulteren in een aanbod om langs te komen voor een overleg met de directie, een beleidsteam of een breder personeelsteam. Begeleiders maken echter nooit zelf een inschaling van de betrokken organisatie, ook niet als de organisatie daar expliciet om vraagt. Evenmin begeleiden zij         processen van zelfinschaling in deze periode.

•  Tijdens de doorlichting kan een medewerker van Katholiek Onderwijs Vlaanderen onder bepaalde voorwaarden, o.a. op uitdrukkelijke vraag van de school, het centrum, het internaat of de instelling en mits toestemming van de inspectie aanwezig zijn bij één of enkele      reflectiegesprekken en/of bij het synthesegesprek. Medewerkers van Katholiek Onderwijs Vlaanderen kunnen ook functioneren als (telefonisch) klankbord voor de organisatie die een doorlichting krijgt.

• Na de doorlichting neemt de medewerker van Katholiek Onderwijs Vlaanderen (in deze de pedagogische begeleidingsdienst) contact op met de organisatie om eventuele afspraken te maken over mogelijke opvolging.

Deelname aan beroepscommissies

Anders dan andere medewerkers, kunnen pedagogisch begeleiders niet deelnemen aan beroepscommissies voor leerlingen en cursisten. Ter voorbereiding van een zitting in het kader van een betwisting van een evaluatiebeslissing kan een beroepscommissie aan een vakbegeleider wel vragen om een betwisting over een proefwerk van een bepaald vak te onderzoeken (bv. naar de validiteit van de proef). De neerslag van zijn bevindingen wordt vervolgens als stuk aan het dossier toegevoegd. Uitzonderlijk kunnen pedagogisch begeleiders als expert gehoord worden. Medewerkers van Katholiek Onderwijs Vlaanderen kunnen vanuit hun opdracht effectief of plaatsvervangend lid zijn van het college en/of kamer van beroep in functie van evaluatie- en tuchtdossiers van personeelsleden van een (hoge)school, centrum, internaat of instelling. Specifiek voor pedagogisch begeleiders geldt dat ze nooit als evaluator van een personeelslid van een school, centrum, internaat of instelling kunnen worden ingeroepen. De pedagogisch begeleider kan wel objectieve vaststellingen doen en hierover verslag uitbrengen. Daarbij wordt de methodiek van het moreel beraad gehanteerd. De pedagogisch begeleider draagt verantwoordelijkheid voor zijn vaststellingen en zijn communicatie, echter niet voor de conclusies die anderen daaruit trekken.

Deelname aan selectiecommissies in het kader van aanwervingen

Een medewerker van Katholiek Onderwijs Vlaanderen die vanuit zijn opdracht binnen Katholiek Onderwijs Vlaanderen gevraagd wordt om deel uit te maken van een selectiecommissie in een school, centrum, internaat of instelling kan dit enkel doen met een adviserende stem en wanneer het kandidaten betreft die niet in de eigen dienst/regio tewerkgesteld   zijn. Hij stelt zich daarbij terughoudend op. Iedere medewerker signaleert vooraf aan zijn leidinggevende de vraag om deel uit te maken van een selectiecommissie.